Het schrijven van deze column was een ‘deadline-klus’!
Op zich vind ik dat ook wel iets hebben, dat ik kan uitspreken dat ik een deadline heb.
Waarbij ik dan gelijk moet denken aan alle directeuren in de kinderopvang.
Hebben wij niet dagelijks of wekelijks een deadline moment?
Ik ken er geen één die altijd alles op tijd klaar heeft en nooit in tijdnood komt.

‘Ik heb de stapel vandaag van rechts naar links verplaatst, dan lijkt het aan mijn rechterkant ineens iets rustiger’.

Deadline heeft voor mij deze week een andere lading gekregen.
‘Dood’, een woord wat telkens weer in mijn hoofd voorbijkomt en waar ik geen rust in krijg.
Het afschuwelijke drama in Oss, waarbij vier kinderen zijn overleden.
Vier kinderen! Het allergrootste, kostbaarste goed van ouders en de allergrootste (ver)zorg(ing) van pedagogisch medewerkers.
Een zwarte dag op de dag van de pedagogisch medewerker.
Het voelde onwerkelijk om iedere medewerker een kleinigheidje te geven, een persoonlijk kaartje en een kus om onze waardering uit te spreken en te bedanken.
Eén van de pedagogisch medewerkers in Oss vocht op dat moment voor haar leven, het hele kindercentrum in Oss was volledig in shock en de branche uit balans en wij deelde cadeautjes uit.

Aan de andere kant was het misschien juist het moment om extra aandacht te geven aan de medewerkers en uit te spreken hoe blij je met ze bent dat ze iedere keer weer kinderen een prachtige dag geven.
Maar in je achterhoofd flitst telkens het beeld van het intense verdriet in Oss.

‘Wees extra zuinig op jezelf en de kinderen’ zei ik tijdens een teamgesprek met de BSO-medewerkers dezelfde dag van het ongeluk.

De Stint, wij hebben ze ook op het kindercentrum.
We rijden er alle dagen op; twee stuks, de derde wilde wij net gaan bestellen.
Eén van de leukste momenten van de dag voor de kinderen; het ritje in de Stint.
‘Jongens, handen omhoog, we gaan over de brug’
Gewiebel, gelach, grote glimlachen op de gezichten van de kinderen.
En ineens is ‘de Stint niet meer veilig’, is het ‘idioot dat zoveel kinderen in zo’n klein vervoersmiddel worden gepropt’, of is ‘dat ding ineens veel te groot’, komt er een onderzoeker in beeld die zegt dat die ‘karren onveilig zijn’ en ‘zijn er al zoveel incidenten mee geweest.’
Woorden, teksten, in de krant, op tv, radio, internet.
Facebookpagina’s vol over ‘die onveilige dingen’!

Je durft bijna geen tegengeluid te laten horen, dan zou je ‘geen hart hebben’.
Je durft bijna niet te zeggen dat je, weliswaar met een aangepast beleid, door gaat rijden na het incident want dan heb je ineens geen verantwoordelijkheidsgevoel meer.

Iedere organisatie heeft zijn eigen, goed overwogen, keuze gemaakt.
De Stint ging er uit of de Stint bleef rijden onder bepaalde condities.
Ik weet het zeker, vanaf nu kijkt iedereen anders naar de Stint en stapt iedere medewerkers met een ander gevoel op de Stint.
Niemand is die beruchte dag opgestaan met het idee een ramp te willen laten plaatsvinden.
Er zijn alleen maar verliezers.

Wees zuinig op elkaar! Is het enige wat ik nu nog wil zeggen.