Ik heb een allergie ontwikkeld bij onrechtvaardigheid. En met een allergie is het gewoon zo dat je daar niet veel tegen kunt doen. Het komt, je kunt het een beetje onderdrukken met pillen, maar de appel en perenbloesem groeit gewoon door zonder met mij rekening te houden.

Er is al veel gezegd en geschreven over de Stint en ik voel mij altijd in een spagaat wanneer ik het erover heb of erover schrijf. Alsof mijn allergie over het onrecht in de hele gang van zaken afbreuk doet aan het intens verdrietige drama wat heeft plaatsgevonden in Oss.

Ik vraag mij af of de minister zich heeft gerealiseerd wat het effect was op de schorsing van de Stint op de openbare weg. Ik denk dat ze niet heeft bedacht dat onze branche zo in opstand zou komen. Tenslotte staan wij niet bekend als een actievoerende partij.
De kinderopvang zoekt meestal in oplossingen in de meest bizarre situaties, vaak door nieuwe regels en wetten bedacht door het ministerie.
Maar dit keer komt er massaal een reactie op de beslissing van de minister, en terecht!

Telkens weer schiet er door mijn hoofd ‘Wat als Stint – KLM had geheten?’
En dan kan iedereen zeggen dat ik appels met peren aan het vergelijken ben maar ik vind van niet. Het gaat niet om het verschil tussen een vliegtuig of een bijzondere bromfiets, het gaat mij om het nemen van rechtvaardige beslissingen.
Een klein bedrijf als Stint heeft geen afdeling met topjuristen die de minister even om de oren slaat met wet en regelgeving. Ik denk echt niet dat iemand het zou aandurven om tegen een dergelijk groot bedrijf als KLM te zeggen; ik schors even voor vier maanden het verbod op uw toestellen. Houdt u ze maar vier maanden aan de grond!
En daar zit mijn allergie.
Voor mij gaat het om macht en om politiek.
Dat is gevaarlijk om uit te spreken, want juist macht kan je schaden.
In het klein moet ik daar ook al rekening mee houden; wat je zegt en op welke plek.
Overwogen woorden, en daar ben ik niet goed in.
Ik zeg wat ik denk dat ik moet zeggen, zonder doekjes, zonder mij in bochten te willen wringen.

Omdat ook onze Stint een dingetje had met het gas, stond ik op een bel-lijstje bij het ILT. Het bureau dat aangesteld is door het ministerie en dat onafhankelijk onderzoek hoort te doen.
‘Mevrouw Raasing, ik heb begrepen dat u ook een Stint heeft die op hol is geslagen en tegen de muur is geklapt’. Het ging om een veertje dat gesprongen was in de gashendel waardoor de dosering anders (scherper) was en daardoor vooruitschoot toen we hem naar binnen wilde rijden en tegen de muur reed. Vervolgens zei diezelfde meneer ‘Het is toch wel een beetje vreemd dat u geen rapport krijgt na de onderhoudsbeurt van de Stint want dat krijg ik zelf wel nadat mijn cv een onderhoudsbeurt heeft gehad.’ Ik heb die betreffende meneer laten weten dat zowel bij mij privé als bij mijn organisatie ik niet verder kom dan de rekening en een sticker op mijn cv-ketel. We hebben het hier over een onafhankelijk bureau dat, mijns inziens, suggestieve vragen stelt.
Een ‘de betaler bepaalt gevalletje’?

Ik ga dadelijk naar Utrecht, naar de rechtbank. Ik wil er zijn. Niet omdat ik denk dat het van invloed kan zijn op de uitspraak maar ik wil een signaal afgeven.
En volgens mij ben ik daarin niet de enige die daar zal zijn vanmiddag!

Het gaat niet om mijn allergie, niet om het drama in Oss, niet om appels en peren, het gaat om rechtvaardigheid!